‘Gemeenten en provincies mogen actieve rol spelen bij aanleg glasvezel’

Nederlandse provincies en gemeenten zouden zich actiever in moeten zetten om breedband in de buitengebieden van Nederland mogelijk te maken. Zij houden zich nu – onterecht – op de achtergrond uit angst op de vingers getikt te worden door de Europese Commissie, zo stellen wetenschappers van de RUG. 

Volgens dr. Koen Salemink en prof. dr. Dirk Strijker van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) zijn gemeenten en provincies nu onterecht terughoudend om zich actief te bemoeien met de aanleg van breedband- en glasvezel in de buitengebieden. Overheden beweren dat Europese regelgeving het onmogelijk maakt om een actieve rol te spelen en dat zij moeten wachten op initiatieven vanuit de markt.

Een participatie van gemeente of provincie in de aanleg van breedbandinternet wordt aangemerkt als marktverstorend, wat partijen op een veroordeling door het Europese hof van Justitie kan komen te staan. Salemink en Strijker stellen nu echter dat er recente Europese voorbeelden zijn waarbij overheden zelf internetinfrastructuur hebben aangelegd. ‘Overheden mogen wel degelijk zelf een glasvezelnetwerk aanleggen en in eigendom hebben, onder de conditie van een open netwerk,’ zo zeggen zij. ‘Het beheer van het netwerk moet daarbij aanbesteed worden.’

Volgens de wetenschappers heeft een dergelijk model wel goedkeuring van de Europese Commissie. In Frankrijk en Oostenrijk zijn al constructiess goedgekeurd. ‘Nu we Europese jurisprudentie zien ontstaan, willen we ambtenaren en bestuurders nogmaals op het hart drukken dat ze echt actiever mogen zijn dan ze wellicht denken.’

Reactie toevoegen