Bert Sadowski: “Glasvezelland Nederland - Laat ons Experimenteren!”

Om te beginnen vroeg ik Sadowski naar het onderzoek over de regio Eindhoven. De focus van dit onderzoek was te monitoren wat glasvezelinitiatieven opbrengen, qua geld en qua sociale winst. Uit het onderzoek bleek dat de gemeente Eindhoven profileert als vooruitstrevend op het gebied van glasvezel, maar dat er nog wel enkele problemen zijn. Sadowski: “Het beleid van de gemeente was om in 2010 de regio verglaasd te hebben, maar met de aanleg van glasvezel in het stadsdeel Tongelre hebben ze nog niet veel gedaan. Hier zijn wel socio-economische effecten op de bevolking te meten maar die zijn vooral door Ons Net Eindhoven veroorzaakt. Ik zie glasvezel dan ook als een goudmijn in de grond; je kan eraan gaan werken en er winst mee maken, maar je kan het ook laten liggen en er niets mee doen. Glasvezeltechnologie alleen zorgt niet voor de positieve effecten.”
Sociale cohesie
Wat betreft de sociale winst wordt er in het onderzoek de term 'sociale cohesie' aangehaald. Sadowski: “Sociale cohesie is een benaming voor in hoeverre mensen technologie, en in dit geval glasvezel, gebruiken om hun sociale contacten te onderhouden en uit te breiden. In Eindhoven en Nuenen bleek dat er een hoge sociale cohesie heerste onder de gebruikers van het netwerk van Ons Net Nuenen en Ons Net Eindhoven. Zij kwamen namelijk met allerlei mensen in contact en onderhielden die contacten ook.” Interessant is dat dit volgens het onderzoek niet komt door het netwerk zelf, maar door de snelheid van glasvezel in combinatie met het sociaal aanbieden van diensten door de provider. “Mensen zijn dan veel sneller geneigd gebruik te maken van interactieve applicaties, en dat leidt tot sociale cohesie,” aldus Sadowski.
Lokaal beleid
Over de huidige ontwikkelingen in de glasvezelindustrie uit Sadowski zich voorzichtig. “Ik zie de ontwikkelingen in breedband als één van de meest belangrijke innovaties in de afgelopen tien, twintig, of zelfs vijftig jaar. Maar veel mensen zien het niet als noodzakelijk, zoals dat wel het geval is bij het aanleggen van een snelweg. Zij weten namelijk nog niet wat voor diensten er de komende jaren komen. Ik vind dat kortzichtig. Deze visie komt veel voor bij beleidsmedewerkers die glasvezel niet als infrastructuur zien, zoals een snelweg.” Toch ziet Sadowski veel mogelijkheden voor lokale beleidsbepalers zoals gemeentes. “Zij kunnen heel veel, want zij kunnen de discussie aanjagen over wat ze wel en niet mogen in de huidige handelingen voor gemeentes bij het aanleggen van glasvezelnetwerken. Glasvezel is er namelijk over tien jaar sowieso door bijna heel Nederland. Maar als de gemeente aangeeft dat zij het nu al belangrijk vinden, dan kan het er over twee jaar liggen. Kijk bijvoorbeeld maar naar Nuenen.” Aan de andere kant ziet de onderzoeker ook negatieve kanten aan de aanjagersfunctie van gemeentes: “Als je dat doet, dan ga je er vanuit dat de huidige markt niet werkt. Tegenover kabelbedrijven moeten zij dus stevig in hun schoenen staan. Bij voorkeur moet er dan een zeer actief persoon opstaan die bestaande partijen confronteert en voorwaarden stelt, om vervolgens in onderhandeling te gaan. De rol van financiering of co-financiering hoeft de gemeente niet per se zelf op zich te nemen, daarom kunnen individuen zoveel bereiken.”
Over de lokale invloeden bij de aanleg van glasvezel heeft Sadowski veel te vertellen, zo ook over de situatie in Amsterdam, waar glasvezel op sociaal vlak op dit moment achterloopt. Volgens hem komt dat doordat de mensen in Amsterdam een ander model hebben gekozen dan dat van Eindhoven. De partijen in Amsterdam hebben zich teveel op de prijs gericht, in plaats van op diensten, zo stelt Sadowski. Ook was de boodschap van wat glasvezel kan volgens hem niet helder overgebracht. “De vergelijking met kabel was in de regio Eindhoven duidelijker. Dat was in feite de succesformule voor Nuenen.” Ook Limburg vindt Sadowski een probleemgeval; na verhalen over het verglazen van heel Limburg vindt hij het idee van KPN om de bestaande ADSL-netwerken “op te pompen” een slecht idee. “Dan loop je over vijf jaar achter met de rest van Nederland wat wel glasvezel heeft, omdat de grenzen van ADSL dan al bereikt zijn. Ook is het zonde van de investering.” Meer lovend is de onderzoeker over de bewonersinitiatieven in Amersfoort. “Je ziet dat individuen voor de wijk hun nek uitsteken om glasvezel te realiseren. Het sociaal ondernemerschap is er sterk aanwezig,” aldus Sadowski. “Maar,” stelt hij ook, “het probleem is dat de Nederlandse markt zich ontwikkeld op de basis van concurrentie in de infrastructuur.” Dat komt neer op problemen voor lokale initiatieven die niet klein blijven, want dan komen ze in de buurt van interessante gebieden voor de kabelbedrijven. “Dan moeten ze opboksen tegen agressieve campagnes.”
In Eindhoven en omstreken is de opzet mede door het sociale model van Ons Net Eindhoven ten opzichte van de rest van Nederland wel geslaagd. Ik vroeg waarom deze regio zo speciaal was voor glasvezel. Sadowski zegt dat uit de omgeving van Eindhoven op dit moment al meer uploads zijn in vergelijking met het aantal van downloads. Ook in de Vogelaarwijk Tongelre heeft Sadowski dit aangetroffen. “Het ligt dus niet enkel aan het opleidingsniveau of het inkom; er is misschien wel iets heel anders aan de hand in deze omgeving waarom men zo hoog scoort met technologische innovaties. Wat dat precies is, dat moet ik nog verder onderzoeken. Het kan liggen aan het klimaat van ondernemersschap of aan de hoge sociale cohesie.”
Wat verder nog interessant is dat tweederde van de gebruikers van Ons Net Eindhoven graag met nieuwe diensten wil experimenteren (dus dat zijn niet alleen de “nerds”!). Zijn onderzoek heeft verder laten zien dat er “markten” zijn voor nieuwe diensten zoals zorg op afstand. Dat is zeker goed nieuws voor zorgverzekeraars en woningbouwcorporaties!.Ondanks dat er niet veel nieuwe diensten zijn voor de mensen uit Eindhoven en Nuenen, blijkt dat men tevreden is met het Ons Net Eindhoven.
Woningcoöperaties
Zoals Sadowski eerder aangaf, kunnen gemeentes en andere lokale partijen een grote rol spelen om glasvezel tot een succes te maken. Maar hoe zit het nu met de woningcoöperaties? Deze zijn heel belangrijk voor de sociale doelstellingen van glasvezelnetwerken maar er zijn politieke ontwikkelingen die hun rol verder lijken te beperken. Sadowski: “Blijkbaar moeten woningcoöperaties in de nadere toekomst uit de telecommarkt uitstappen. Dat vind ik een slechte ontwikkeling, want glasvezel kan een belangrijk business voor de woningbouwcorporaties zijn. Zij moeten waar nodig kunnen instappen.” Als voorbeeld hiervan noemt hij een afgelegen boerderij die voor bijvoorbeeld commerciële marktpartijen niet interessant is, omdat het te duur wordt om per huis aan te leggen. Woningcoöperaties zouden dan kunnen inspringen om te zorgen voor universele dienstverlening, om het gat te vullen. Sadowski vindt het jammer dat de OPTA hiervoor huiverig is. “Ze zijn bang dat de kabelmaatschappijen gaan protesteren.”
Vergelijking met andere landen
Om het gesprek naar internationale wegen te leiden vroeg ik eerst hoe Sadowski tegenover de ontwikkeling van glasvezel in Nederland aan keek. Er zijn veel plannen voor initiatieven maar deze ontwikkelingen gaan niet hard. Hoe komt dat? Sadowski: “Ten eerste is glasvezel duur. Ten tweede is de glasvezelmarkt geen markt, maar een zogenaamde duopolie.. Als econoom weet ik dat in een duopolistische markt de prijzen te hoog zijn en het aanbod te laag is. Het is een behoorlijke investering om glasvezel aan te leggen. Gevestigde marktpartijen zijn hierin dus niet geïnteresseerd, dat zie je ook in de rest van Europa.”
Sadowski geeft aan dat het buitenland de aanleg van breedband heel anders aanpakt in Nederland. Zo heeft Zuid-Korea veruit de hoogste snelheden van de wereld, en trekt Frankrijk zich weinig aan van Europese wetgevingen. “Daar kan Nederland wat van leren.” Ook geeft hij aan dat bijvoorbeeld Zweden en Zuid-Korea veel door de overheid worden gesteund, waardoor ze voorop lopen op de rest van de wereld. “Hier ziet staatssecretaris Heemskerk glasvezel niet als iets nieuws.” Nederland loopt volgens Sadowski echter vooruit op de behandeling van Fiber to the Home. “Maar het probleem van Nederland is dat bestuurders niet weten wat ze met de technologie kunnen. Ook laten ze zich te vaak de woorden in de mond leggen door kabelmaatschappijen. Je ziet dat die kennis verdwenen is door liberalisering en de privatisering van het land.”
Bert Sadowski is op dit moment bezig met het publiceren van het vervolgonderzoek over de regio Eindhoven, waarin nieuwe diensten zoals voor e-health en e-learning onderzocht worden. Sadowski heeft nog geen primeur maar heeft wel een onderbuikgevoel: “E-health in Nederland is een hype. Iets zegt me dat dat niet van de grond komt zolang commerciële dienstenaanbieders niet beginnen met experimenteren en consumenten geen kans krijgen om deze nieuwe diensten uit te proberen.”
- Bekeken: 1824 keer |
- Geen reacties (reageer als eerste)

Nieuwe reactie inzenden